Parfum is het onzichtbare deel van een outfit, en net als kleding heeft het seizoenen. De frisse citrus- en bloemengeuren van de zomer vallen in koude lucht stil; warme noten als amber, vanille, tonkaboon en hout komen dan juist tot leven. Het is dezelfde beweging als in de kast: van linnen naar wol, van licht naar diep.
Warm hoeft niet zwaar te zijn
De nieuwe generatie warme geuren is zachter dan de zware oriëntals van vroeger. Moderne gourmands en houtgeuren combineren vanille of amber met droge, houtachtige basisnoten, waardoor ze omhullen zonder te overheersen. Het resultaat past bij de rest van het seizoen: aanwezig maar rustig, net als een goede trui.
Parfum heeft seizoenen, net als je kast.
Test op de huid, niet op papier
Warme geuren reageren sterker op de huid dan frisse. Spuit een teststrip nooit als eindoordeel: draag de geur een halve dag op de pols en ruik hoe de basisnoten zich ontwikkelen. Wat in de winkel zoet lijkt, kan op de huid juist droog en houtachtig uitpakken, en andersom.
Minder plekken, langer plezier
Warme parfums dragen ver, dus doseer rustig: één verstuiving op de hals of het borstbeen en één op een pols is genoeg. Wie de geur langer wil vasthouden, spuit op gehydrateerde huid; een ongeparfumeerde bodylotion vooraf verdubbelt de houdbaarheid. Zo blijft het parfum wat het hoort te zijn: iets dat je pas opmerkt als iemand dichtbij komt.