We denken bij inrichten aan wat we zien en voelen, maar het eerste dat een huis prijsgeeft is hoe het ruikt. Geur werkt sneller dan welk zintuig ook: binnen een paar seconden bepaalt hij of een ruimte warm en verzorgd aanvoelt. Precies daarom is huisparfum stilletjes uitgegroeid tot vast onderdeel van het interieur, naast de kaarsen om hun licht en de bloemen om hun kleur.
Kies één geurfamilie
Net als bij kleuren geldt: blijf binnen één familie. Warme, houtachtige tonen (sandelhout, amber, vanille, ceder) passen naadloos bij een interieur van hout, linnen en aardetinten. Kies voor de hele benedenverdieping één geurlijn in verschillende vormen, zodat de kamers in elkaar overlopen in plaats van met elkaar te botsen.
Geur is de enige laag van je interieur die bezoek eerder opmerkt dan jij.
Stokjes voor altijd, kaars voor het moment
De taakverdeling is simpel. Geurstokjes geven wekenlang een constante, subtiele basis zonder dat je ernaar hoeft om te kijken. De geurkaars is het ritueel daarbovenop: aangestoken als de avond begint, tegelijk met de lampen laag. Zet de kaars op een plek waar het lont geen tocht vangt, en laat hem bij de eerste brandbeurt lang genoeg branden om de hele bovenlaag vloeibaar te laten worden; dat voorkomt tunnelen.
Minder is ook hier meer
Eén diffuser per kamer en één kaars op tafel is genoeg. Een huisgeur hoort te gedragen als een goed parfum: aanwezig als je binnenkomt, vergeten na vijf minuten, en weer even merkbaar als je de kamer opnieuw betreedt. Wordt de geur opdringerig, dan is hij te sterk gekozen of staan er te veel bronnen bij elkaar.