Wie de hele winter dezelfde jas draagt (en dat is precies wat een goede jas hoort te kunnen), heeft één plek om te variëren: de sjaal. Het is het laatste laagje dat het dichtst bij het gezicht zit, en daarmee bepaalt hij meer van de uitstraling dan zijn formaat doet vermoeden.
Groot genoeg om te vallen
De mooiste sjaals van dit seizoen zijn ruim: zeventig centimeter breed, ruim anderhalve meter lang. Zo'n formaat kun je losjes omslaan, dubbelvouwen of als omslagdoek over de schouders dragen. Een kleine sjaal kan alleen maar strak; een grote kan alles.
De sjaal zit het dichtst bij je gezicht, en bepaalt daarom meer dan zijn formaat doet vermoeden.
Wol en kasjmier eerst
Bij een sjaal telt materiaal dubbel: hij ligt de hele dag tegen de huid. Wol is warm en veerkrachtig, kasjmier zachter en lichter bij dezelfde warmte. Synthetische sjaals glanzen te veel en kriebelen sneller. Voel voor het kopen even aan de binnenkant van de pols; wat daar zacht is, is overal zacht.
Kleur bij het gezicht
De sjaal is de ideale plek voor de seizoenskleur die je in een jas niet aandurft. Bordeaux of een diep kastanjebruin op een camel mantel, warm zand op donkerbruin: één diepe tint bij het gezicht en de hele outfit staat. Wie liever toon-op-toon blijft, kiest een sjaal één tint donkerder dan de jas.